Begin met dezelfde indeling als je begroting
Verdeel de werkelijke kosten in dezelfde groepen als je calculatie: arbeid, materiaal en onderaannemers. Neem ook terugkerende kleine kosten mee als je ze aan het project kunt toerekenen. Werk met bedragen exclusief btw wanneer de btw voor jou aftrekbaar is.
Een rekenvoorbeeld
Stel: een project levert €12.800 op. De directe kosten bedragen €9.440. Dan blijft €3.360 over vóór algemene bedrijfskosten en belastingen. De projectmarge is €3.360 gedeeld door €12.800: 26,25%. Dit zijn fictieve bedragen.
Marge is iets anders dan opslag
Bij opslag deel je het verschil door je kosten. In dit voorbeeld is de opslag €3.360 / €9.440, ongeveer 35,6%. Dezelfde klus heeft dus een marge van 26,25% en een opslag van ongeveer 35,6%. Gebruik in je begroting steeds dezelfde definitie.
Vergeet je eigen tijd niet
Werk je als zzp’er zelf mee, reken dan intern met een passend uurtarief voor je eigen arbeid. Anders lijkt het alsof die uren niets hebben gekost. Dat interne bedrag is een stuurgetal voor je calculatie; het is niet automatisch een fiscale loonpost.
Haal een concrete les uit het verschil
- Welke werkzaamheden kostten meer uren dan begroot?
- Welke materialen zijn duurder of vaker gebruikt?
- Is al het goedgekeurde meerwerk gefactureerd?
- Welke norm of inkoopprijs moet je voor de volgende offerte aanpassen?
Wacht niet tot de laatste factuur
Bekijk tijdens een langer project al of kosten en voortgang nog passen bij de begroting. Dan kun je materiaal, planning of een wijziging nog bespreken. Na oplevering gebruik je de definitieve vergelijking om van het project te leren.